Transitie naar duurzaamheid

Transitie naar duurzaamheid

Bijna net zo snel als Nederland in de jaren zestig op de aardgasbel werd aangesloten, moeten we nu weer van het gas af. Ons eigen gas raakt op en gas verbranden brengt te veel CO2 in de atmosfeer. Hoe gaat Nederland dat doen? Een overzicht van de belangrijkste gevolgen: de extra benodigde hoeveelheid stroom, het isoleren van woningen en kantoren, het inzetten van stadsverwarming en aardwarmte.

In 2050 moeten we dat voor elkaar hebben, staat in het Energierapport ‘Transitie naar Duurzaam’. Hoe, en vooral ook hoe snel we zonder aardgas kunnen, daar wordt nog druk over nagedacht. Wel is al duidelijk dat we op alle fronten energie moeten besparen en schone alternatieven moeten inzetten. Het succes van de operatie kan niet afhangen van één enkele oplossing. We zullen een brede waaier aan technieken gelijktijdig moeten uitrollen.

Wat er mogelijk is hangt sterk af van de omgevingsfactoren en van de condities. Het maakt een groot verschil of je nieuw kunt bouwen of dat je bestaande bouw renoveert. Of er restwarmte beschikbaar is of dat de bodem geschikt is voor warmte/koude opslag.

Waar liggen de fysieke en de financiële grenzen van bij voorbeeld een nul-op-de-meter of passief huis? Bij nul-op-de-meter wekt het huis zelf de stroom op die het gemiddeld verbruikt. Dat betekent niet dat er geen stroom meer wordt gebruikt van het elektriciteitsnet: de eigen stroom wek je in de zomer op, terwijl het overgrote deel van de energievraag juist in de winter plaatsvindt. Grootschalige en langdurige opslagmogelijkheden zijn er nog niet. En van een bestaande woning een passiefhuis maken is nu bij nog maar een paar soorten woningen mogelijk. Bovendien is het aandeel van nieuwbouwwoningen in het totale bestand maar klein.

We gaan dus een tijdperk tegemoet van passen en schuiven, van meten en rekenen. Dat belooft om een bestaande woning voor € 35.000 energieneutraal te maken. Er zijn dus geen energiekosten meer voor de bewoners. De bewoners kunnen het bedrag van de investering lenen en afbetalen uit de bespaarde energiekosten.

Zo’n woning wordt vrijwel altijd ‘all-electric’. De stroomvraag verdubbelt dan minimaal, maar eigen opwek met zonnepanelen compenseert dat meestal.

In de zomer wekken deze huizen massaal stroom op die wegens overschot soms helemaal niet verkocht kan worden. En in de winter is twee keer zoveel stroom nodig dan voorheen. Die moet dan alsnog (fossiel?) worden opgewekt en daar is onze huidige productiecapaciteit niet op berekend. Dus moeten we extra capaciteit bijbouwen. Voor de bewoners klopt het kostenplaatje wel. Zij kunnen de lening voor de investering meestal aflossen uit de directe besparing op energiekosten. Maar voor de samenleving als geheel kan dat er heel anders uit gaan zien.

Looking for a First-Class Business Plan Consultant?